Over en uit

Na ruim 17 duizend kilometer is mintje weer thuis. Het onweert als we de 24e en laatste grens van de reis passeren. Fijn om weer thuis te zijn, wat is Nederland toch prachtig!

image

Dubai

In Dubai kun je naar de bios, winkelen en in Lexus taxis zitten. Heerlijk decadent. Ik vermoed de hoogste dichtheid $ per m2.

Volgens de Iraniers die ik op de boot spreek, zijn Arabieren maar goed voor twee dingen: eten en voortplanten. Ik geloof ze niet, maar als je de originele bewoners van Dubai ziet met hun McLarens, dikke buiken onder witte gewaden en gouden sandalen, dan snap ik wel waar het beeld vandaan komt.

De motor gaat in Dubai met een schip naar Rotterdam.

In het grootste winkelcentrum ter wereld – The Dubai Mall – hebben ze maar een ding dat ik wil hebben.

20120502-204150.jpg

Juist, en daarmee sluiten we de reis af.

Wakker worden in Sharjah

Welcome to the real world.

Paper bites paper

Javvad is de chauffeur van Hamied, mijn nieuwe vriend in Bandar Abbas. Hij gaat met me mee naar de haven om de motor aan boord van de veerboot naar Dubai te krijgen. We zijn er om 7u15, dan is de douane officieel geopend.

Om 8u20 komt de eerste douanier aangereden. Tot 13u00 leggen Javvad en ik het volgende parcours af.

In de haven
Check in bij de douane, 2 bureaus, 4 ambtenaren, 1 formulier, 4 stempels
Registratie carnet de passage bij douane, 1 bureau, 1 ambtenaar, 2 formulieren, 2 stempels
Aanvragen toestemming haventerrein betreden, 1 bureau, 2 ambtenaren, 1 formulier, 2 stempels

In de stad
Check in bij staatsreisbureau, 2 bureaus, 3 ambtenaren, 2 formulieren, 1 stempel
Autoriasatie vervoer motor door kapitein staatsreisbureau, 1 bureau, 1 ambtenaar, 1 stempel
Registratie vervoer motor en verkrijgen factuur, 1 bureau, 1 ambtenaar, 2 formulieren, 4 stempels
Betalen factuur en verkrijgen kwitantie, 1 bureau, 1 ambtenaar, 2 formulieren, 2 stempels
Controle factuur, kwitantie, registratie en verkrijgen ticket motor, 1 bureau, 2 ambtenaren, 2 stempels

In de haven
Check in bij rederij, 2 bureaus, 1 ambtenaar, opdracht om 5 kopieen van elk formulier te maken, geen stempel ( wtf? Geen stempel? )
Copyshop, 5 sets kopieen laten maken van alle formulieren en stempels
Voertuigregistratieformulier van de douane, 1 bureau, 1 ambtenaar, 1 formulier, nog geen stempel

Op het beveiligd haventerrein
Check in met toestemmingsformulier, 1 bureau, 3 ambtenaren, 1 formulier, 1 stempel
Invullen voertuigregistratieformulier, 1 bureau, 2 ambtenaren, 1 formulier, 1 set kopieen, 6 stempels
Betalen havenbelasting (ca €4) met voertuigregistratieformulier, 2 bureaus, 2 ambtenaren, 1 set kopieen, 12 (!) stempels
Laten registreren betaling en voertuigregistratieformulier, 1 bureau, 2 ambtenaren, 2 stempels
Controleren en goedkeuren alle formulieren en stempels, 1 bureau, 1 super ambtenaar (Mr. Jaffapour), 1 set kopien, 1 super stempel

Op de veerboot
Check in met 1 set kopien en formulier met super stempel van super ambtenaar, 1 bureau, 2 matrozen, geen stempel
In bewaring geven sleutels motor aan kapitein, 1 bureau, 1 kapitein, geen formulieren en stempels

Het is inmiddels middag en weer moordend heet. Ik heb het gevoel een halve marathon gelopen te hebben. Javvad zegt: ‘Paper bites paper in Iran.’

‘s Avonds geloof ik pas dat ik echt vertrek, als ik de motor op de veerboot zie staan.

20120502-002328.jpg

Ben ik nou in gevaar of niet?

De weg naar Bandar Abbas loopt over een steppe, door een vallei. Als het begint te schemeren, wordt het tijd om een kampeerplek te zoeken. Ik kies voor de eerste de beste weg rechts de bergen in. Al snel word ik gevolgd door een oudere en een jongere man op een brommer. Ze toeteren en gebaren dat ik moet stoppen. Dat doe ik niet, geen zin in. Ik ben jullie circus aapje niet. Vanavond even niet weer de vragen: waar kom je vandaan, hoeveel cc, hoeveel cilinders, wat kost ‘ie?

De brommermannen blijven me achtervolgen, ook als de weg overgaat in een geitenpaadje, en op een gegeven moment helemaal ophoud. Dat is net onder de bergkam, en daar wil ik kamperen. Als ik afstap zijn zij er ook, met bovenstaande vragen.

Maar terwijl ik mijn tentje opzet, word ik scherp in de gaten gehouden. En als ik begin te koken, willen ze mijn mes van dichtbij zien en vasthouden. Is dit het enige wapen dat ik bij me heb? Heb ik ook een Colt? Een gun? Komt die brander uit USA? Er staat made in USA op.

Wat kost die motor wel niet in Iran? Hoe laat ga ik slapen? Komen mijn vrienden nog? Ben ik alleen? Hoeveel mensen passen er in die tent? Is ie waterdicht? Allemaal vragen van de oudere vent. Hij heeft een rare blik in z’n ogen.

De jonge vent maakt ongevraagd een kampvuur voor me. Om de beren weg te houden, begrijp ik. Daarna gaan ze geiten melken, maar ze komen nog terug om me wat te eten te brengen, is de mededeling.

Als ze weg zijn, weet ik niet wat ik moet denken. Ben ik nou in gevaar, of niet? Is het de taalbarriere? Waarom zegt m’n intuitie dat er iets niet pluis is?

Het kampvuur laat de hele vallei zien waar ik ben. Vanwaar de vragen naar wapens en wanneer ik ga slapen? Ik voel me bijzonder ongemakkelijk en kwetsbaar.

Het besluit is het zekere voor het onzekere te nemen. In het donker, zonder zaklamp om geen licht te maken, breek ik op. Sloridig en angstig rij ik naar beneden, zonder de motor te starten. Er is geen levende ziel.

Behalve de oude vent. Opeens staat hij midden op de weg met een zaklamp te zwaaien. ‘Stop! Stop! Stop!’ schreeuwt hij naar me. Ik pijns er niet over. Ik start en met een flinke dot gas en mijn hart in mijn keel, rij ik hem omver en er vandoor.

Tien kilometer verder rij ik de motor een akker in en parkeer hem achter een paar bomen. De Mohammedaanse gebedsmat die ik van Ben en Willem voor mijn verjaardag kreeg, bind ik met de spanbanden van de bagage over de reflector en nummerplaat. De gebedsvaandel van Fatima – nog zo’n prachtig cadeau – gaat over de voorruit en koplamp. Ik kruip in m’n slaapzak en ga achter de motor liggen, naar de weg kijken en wachten.

Even later komen de oude en jonge vent op hun brommer voorbij. Ze rijden langzaam en schijnen met een zaklamp opzij de berm in. Met ingehouden adem zie ik ze voorbij rijden. Ze komen niet terug.

Die nacht doe ik geen oog dicht. De slaapzak wikkel ik in het thermo reddingsfolie dat Henk achterliet in Turkije. De sterren zijn mooi helder. Als het licht wordt, weet ik niet wat ik er van moet denken.

Water Arabieren

Bandar Abbas verveelt, en het is nog een dag wachten op de pont naar Dubai. Daarom op naar het grootste eiland in de Perzische Golf. Qeshm, waar Arabieren wonen en geen Perzen. Ze bouwen lenge’s, traditionele houten vrachtschepen die de Golf oversteken sinds de tijd van Persepolis.

20120429-191228.jpg

Verder zijn er mangrove bosjes.

20120429-191330.jpg

Ook is er veel zand en hangt er een ziltige nevel over het eiland.

20120429-191419.jpg

Hier komen zeeschildpadden hun eieren begraven op het strand. Vandaag zijn ze er niet.

Er is niets te doen op Qeshm.

Roughing it

Zoals de lonely planet dat noemt. Het oorspronkelijke plan was om zo door Afrika heen te gaan, van Utrecht naar Kaapstad. Hopelijk is het over een paar jaar weer veilig, want dit is toch de ultieme manier van reizen.

20120429-190756.jpg

Tentje en motor veilig uit het zicht.

20120429-190901.jpg

Al snel een zwerfhond als gezelschap. Die haalt het niet bij de andere reisgenoten.

20120429-191024.jpg

Na het eten en na zonsondergang gaat hij naast mijn tent oorverdovend zitten blaffen en janken. Aan de andere kant van vallei janken andere honden terug: de hondentelefoon.

Ik kan er niet van slapen en gooi een steen. Dat helpt.

‘s Ochtends zijn de bellen van deze schapenkudde mijn wekker.

20120429-191127.jpg

Bandar Abbas

In dit smokkelaarshol is na aankoop van de overtocht naar Dubai niets anders te doen dan een waterpijp roken aan het strand.

Geen straf, maar het was wel eens gezelliger.

20120429-190518.jpg

When I look into my fathers eyes

Majied Pakdaman is de eigenaar van ‘Hangam Shop, bolt & nut. Brakes. Ship Supplying’. Staat op zijn kaartje. Samen met timmerman Hajie ben ik bij hem geweest voor schroeven en spijkers. Als ik in zijn kleine winkel staat, vraagt hij me te gaan zitten op de tweede stoel achter zijn bureau.

Hij draait Eric Clapton en Zucchero, en clips van Elvis. Zijn lievelingsnummer is When I look into my fathers eyes, van Clapton. Als ik vertel dat ik mijn vader het album cadeau heb gedaan, nodigt hij me bij zich thuis uit. ‘We go to the fish market and have a simple lunch together,’ zegt hij. Op mijn verlegen en beleefde weigering zegt Majied: ‘I tell my wife you a simple man, and we have lunch at my house tomorrow. Insjallah.’

Ik weet niet wat ik er van moet denken, maar inderdaad: de volgende dag is het vrijdag – de lokale zondag rustdag – en om tien uur staat hij voor mijn hotel. ‘Your hotel is low class, Florian,’ is het eerste wat ik te horen krijg.

Op de vismarkt kopen we voor een klein fortuin aan verse tonijn, krab, garnalen en inktvis. Mango’s, tomaten en komkommer voor de salade. De tonijn wordt ter plekke ontleed, en het bloed spat in het rond.

‘I build this building myself. And we live at the penthouse,’ zegt Majied als de portier van het gebouw zijn boodschappen aanneemt. De lift speelt muziek, heeft airco en een stem die in het Farsi vertelt op welke verdieping we zijn. De binnenkant is van bladgoud, het is donker en het dak laat een verlichte sterrenhemel zien.

Het penthouse is op 16 hoog en heeft vrij uitzicht over zee. In de verte is Hormoz eiland te zien. Er is geen gebouw hoger in Bandar Abbas dan de moskee van de lokale mufti. Maar die bouwde hem niet zelf.

Hartelijk word ik verwelkomd door Majieds vrouw. Ze kookt een heerlijke lunch en ik krijg een portie mee voor vanavond in het hotel. In tupperware bewaarbakjes.

Majied wil veel weten over Europa en de wereld. Hij weet al veel en leid. ‘I am suffering Florian, everyday I suffer.’

Als hij mijn verhaal hoort, over de haven en het vliegveld, besluit hij me te helpen. ‘I come to your hotel tomorrow. We go to the airport. I have some friends there. We fix things. You go home.’

Ik geloof dat ik er een vriend bij heb. Voor altijd, als het aan mij ligt.

20120429-180800.jpg

Gevangen in Bandar Abbas 3

Na overleg met thuis besloten om niet nog een derde keer op de boot te rekenen maar te proberen met het vliegtuig weg te komen. ‘No problem,’ zeggen ze bij Iran Air Cargo. ‘You make box, and come back Saturday.’

Dus ik op zoek naar een timmerman. De eerste die ik spreek wil het doen voor €850,-. Ik denk nog dat hij een rekenfout maakt en vijfentachtig euro voor een krat wil hebben. Maar nee, het moet het tienvoudige zijn.

De tweede timmerman wil het doen voor de kosten van het materiaal, en wat ik hem ‘insjallah’ wil geven. Hij voelt mijn situatie op de een of andere manier goed aan, en wil helpen. Hij trakteert op lunch enik ben te gast bij hem thuis. Zijn werkplaats is aan huis. Zijn vrienden laten me hun familiefoto’s zien, er is onbeperkt watermeloen, en ‘s middags gaat de airco aan.

Het resultaat ‘s avonds stelt teleur. Is dit een krat van €100 aan materiaal? Het lijkt meer op een ondersteboven neergezette opengewerkte kijkdoos. Maar goed… Als ze het bij Iran Air Cargo maar mee willen nemen.

Dat willen ze niet. De timmerman mag zijn half krat / half kist niet achterlaten op het vliegveld. Mijn motor mag er niet in. De mannen van Cargo zijn zo vriendelijk om de timmerman een voorbeeld krat mee te geven. Dat moet hij namaken, maar dan zo groot dat mijn motor er op past. En passent noemen ze nog even een bedrag van €1800 voor het verschepen naar Amsterdam. Zoveel contact geld heb ik niet bij me.

Ik weet niet wat ik moet doen. Dan toch maar een derde keer de boot?